MON JUL 12 '10 | ELSBETH PIJNAPPELSEINDEXAMENRECENSIE: KABK“Stel je een gebouw voor dat voortdurend verandert. Stel je een gebouw voor met fictieve muren, met zwevende bodems. Escheriaanse trappen waarop je wanneer je even niet oppast, jezelf tegenkomt. Stel je het gebouw van de verbeelding voor. Een gebouw vol mogelijkheden. In dat gebouw sta je nu. Maak er wat van.” Met deze woorden van Sander Uitdehaag opent de catalogus van de afdeling fotografie van de KABK. Verwelkomd met een glas verse jus voert de tocht langs de 37 exposanten om te zien hoe de zij de afgelopen jaren hun gebouw vol mogelijkheden hebben benut.
In eerste instantie overheerst het gevoel van vakkundigheid; strak vormgegeven boeken en scripties, videowanden en hoge kwaliteit prints domineren. Eenmaal terug thuis merk ik dat er weinig werk in mijn herinnering is blijven hangen. Dat kan te maken hebben met de overdaad aan fotografie die ik de afgelopen dagen zag op verschillende eindexposities, maar misschien ligt het er ook aan dat tussen de professionele, tot in de puntjes verzorgde afwerking het soms moeilijk is de echte inhoud en de visie van de maker te ontwaren.
De ideale foto
Iemand die deze ‘valkuil’ goed weet te omzeilen is Hillie de Rooij. In haar werk onderzoekt zij de invloed van familiefotografie op onze identiteit en ons imago. Zo laat zij in De foto die ik graag zou willen hebben mensen vertellen over een familiefoto die nooit is gemaakt. Een man van middelbare leeftijd vertelt vol vuur over het meisje met de rode blosjes waarop hij verliefd was in zijn kleutertijd. De kleinste details aan het meisje beschrijft hij in zijn ideale foto. De foto die hij graag wil hebben is al in zijn bezit, echter ze is niet tastbaar. De Rooij presenteert het werk op een paar simpele oude televisies die volkomen passen bij de integere en persoonlijke verhalen.
Ook de presentatie van Janneke de Jong’s Fuck you Sunset is sterk. Portretten van jongeren worden afgewisseld met landschappen van een roadtrip in de halfschemering van de ruimte, ondertussen kraakt er ergens een autoradio. De warme avond en het late zonlicht vormen een toevallige maar toepasselijke aanvulling op de presentatie. De associaties met broeierige roadmovies als Paris, Texas en Thelma en Louise zijn evident en worden door de Jong dan ook onderzocht in haar bijbehorende scriptie.
Het oog van de ander
Sommige studenten kiezen ervoor de camera uit handen te geven. Yke van der Knaap liet naast haar eigen foto’s een aantal autistische kinderen hun leven fotograferen om zo een kijkje in het leven van deze bijzondere kinderen te creëren. Gwendolyn Keasberry liet voor haar korte film Still een professionele cameraman haar ideeën verwezenlijken. Keasberry schreef het script, regisseerde en deed de productie waarbij er veel aandacht is voor de mise-en-scène. Uit haar portfolio ter plekke blijkt dat de film, ondanks de cameraman, een typische Keasberry sfeer ademt; een sfeer van dromen en meisjesachtige onschuld.
Sander Uitdenhaag werkte voor een onderdeel van We zijn begonnen samen met de blinde fotograaf Hannes Walraven: ‘ik leen hem mijn ogen en hij leent mij zijn uitzicht’. Op ieder moment dat Uitdenhaag wordt opgeslokt door een stadse frustratie – een file, een trein die niet komt opdagen – stuurt hij Wallrafen een sms met de simpele boodschap ‘nu’ – en Wallrafen maakt een foto. De beelden van Wallrafen zetten de stadse frustraties in perspectief, trein of geen trein, ergens anders in de stad gaat het leven gewoon zijn gebruikelijke gangetje.
Sanne Maloe Slecht onderzoekt de werking van het clichébeeld in Mooi. Ze gebruikt daarvoor bestaande clichébeelden (het berglandschap, de zonsondergang met bootjes, het ijsje met de perfecte drie ronde bolletjes, witte konijntjes) en combineert deze tot een nieuw beeld. De zonsondergang met bootjes wordt een piramide in een fris en knisperend berglandschap, het ijsje overstemt een idyllisch bergmeer. Dan is er nog haar scriptie – in drie kitscherige uitvoeringen wel te verstaan- waarin regenboogletters je schreeuwerig tegemoet komen.
Grenzen van het medium
Slechts een handjevol studenten durfde echt het pad van het experiment te bewandelen. Adrian Woods onderzoekt met zijn Ornamism project de grenzen tussen biotechnologie en kunst. Naast zijn foto’s bestaat zijn afstudeerproject uit een boek, een mediacampagne, en twee genetisch gemanipuleerde organismen. Fotografie, onderzoek en de natuurhistorisch aandoende objecten staan op gelijke voet met elkaar. Een interessant visueel experiment over een actueel en veelbesproken onderwerp.
Mercé Wouthuysen onderzoekt in Scopophilia de dominante, door lust gevoede mannelijke blik. De foto’s tonen een interpretatie van de onschuldige jonge vrouw, maar er is meer dan dat. De foto’s zijn gemodificeerd door lichtjes, door plexiglas en wie beter kijkt ziet beelden van lust in deze tweede vaak driedimensionale laag. Wouthuysens sculpturale aanpak overstijgt daarmee de voyeuristische blik van de camera.
Aan het einde van de tentoonstelling wordt zichtbaar dat de 37 exposanten hun gebouw vol mogelijkheden goed hebben benut. Er zijn er klassieke documentaire series te zien en stilistische wervende series die zo in een lifestylemagazine kunnen worden geplaatst. Maar er is ook werk te zien waarin redactionele en wervende fotografie wat meer in elkaar lijken over te vloeien. Bovendien zijn er een aantal zeer eigenzinnige en geëngageerde visies te ontwaren. Sommige niet direct vernieuwend of opzienbarend, en hier en daar moeten de exposanten zich nog los weten te weken van hun idolen. Maar daarvoor is er nu, zo zonder praktijkopdrachten, stages en andere schoolse zaken, meer dan tijd genoeg.
Het werk van de exposanten is
hier te bekijken.
Uit the ornamism project, 2010 Foto: Adrian Woods
videostill uit de film Still, 2010 Video: Gwendolyn Keasberry
Fuck you sunset 2010. Foto's: Janneke de Jong
Uit de serie Mooi, 2010. Foto: Sanne Maloe Slecht