MON MAR 15 '10 | JORINDE SEIJDELDE WAARDE VAN DE AMATEUR
debat / essay / onderzoek / podium mozaïek /
Ondanks de negatieve betekenis van het begrip amateur in de moderne kunst, is er door professionele kunstenaars altijd toenadering gezocht tot de culturele productie van de amateur. In de vorige eeuw grepen kunstenaars regelmatig terug op primitieve kunst, outsiderkunst, volkscultuur of populaire cultuur om de stramienen van het oude te doorbreken en de kunst van nieuwe impulsen te voorzien – aldus beantwoordend aan het twintigste-eeuwse primaat van het nieuwe. Uitingen die officieel geen deel uitmaakten van de canon van de professionele kunst werden als stijl of onderwerp geïncorporeerd in het discours van de kunst. Opmerkelijk is dat het nu de amateur in generieke zin is, bij wie te rade wordt gegaan, en dat de meest hedendaagse kunst dus niet louter lijkt te zoeken naar alternatieve, exotische beeldtalen waaruit geput kan worden, maar blijkbaar ook haar eigen professionele status ter discussie wil stellen.
Dat de figuur van de amateur en het domein van het amateuristische juist de laatste jaren urgent zijn in de beeldende kunst, komt tot uitdrukking in diverse tentoonstellingen, projecten en publicaties.(1) De amateur2009lijkt voor de hedendaagse kunst een uitdagende en verleidelijke sociale en artistieke positie te vertegenwoordigen. Hij wordt ontdekt als neo-romantische cultfiguur wiens culturele productie gedocumenteerd of gearchiveerd dient te worden, of opgezocht als inspirerende en bevrijdende sparring partner. Kunstenaars nemen, in het kader van kunstprojecten, regelmatig zelf een amateurrol aan door zich tijdelijk te bewegen in een andere discipline, samenwerkingen aan te gaan waarin het exclusieve auteurschap niet meer voorop staat, of de amateur uit te spelen tegen de professional.(2) Tevens worden de visuele karakteristieken, de stijl en techniek van het amateuristische, het onaffe, imperfecte, geïmproviseerde, goedkope, etcetera volop ingezet als meer algemene esthetische strategie in de huidige kunstproductie. En natuurlijk hebben ook kunstenaars openbare, laagdrempelige digitale omgevingen als YouTube, Flickr en MySpace ontdekt als platforms voor hun werk, die ze delen met amateur-producenten van tekst, beeld en geluid.
De onweerstaanbare aantrekkingskracht van de amateur voor de kunst komt deels voort uit een verlangen om het steeds krapper voelende keurslijf van de professional af te werpen, en te ontsnappen uit een als verstikkend ervaren professionele sfeer.De vermeende romantiek en vrijheid van de amateur, beschouwd als een figuur die ‘zijn ding’ doet zonder zich te bekommeren om traditie, betekenis of marktwaarde, is waarschijnlijk evenzeer een mythe als het professionele kunstenaarschap, maar in die hoedanigheid dan werkzaam als krachtige ‘countermyth’. In de verantwoordingen die binnen de kunst worden afgelegd om de belangstelling voor de amateur te verklaren, weerklinken dan ook veelvuldig termen als ‘passie’, ‘echtheid’, ‘authenticiteit’ en zelfs ‘waarheid’, begrippen die als problematisch worden ervaren in de op efficiency drijvende professionele samenleving en de synthetische hedendaagse beeldcultuur.
Erik Kessels bijvoorbeeld, reclamemaker maar tevens verwoed verzamelaar van amateurfoto’s, vindt dat professionele ontwerpers vaak het enthousiasme van de amateur missen en dat er in het professionele leven weinig ruimte is voor experiment. “De naïeve passie die je terugziet in amateuristisch werk maakt het zo veel interessanter dan veel professioneel werk”, aldus Kessels.(3) Op uitnodiging van de Academie voor Bouwkunst in Amsterdam organiseerde hij in 2008 als ‘artist in residence’ een workshop, die leidde tot de tentoonstelling en de publicatie Amateurism. Het project werd aangevuld met een serie lezingen van kunstenaars die amateurisme in hun kunst verwerken, zoals fotograaf Julian Germain, beeldend kunstenaar Dori Hadar en muzikant Robin Rimbaud. Zijn studenten liet hij opzoek gaan naar de ‘amateuristische oorsprong’ van hun kunstenaarschap, door ze te laten werken binnen disciplines waarin ze geen expert zijn: fotografiestudenten moesten grafisch ontwerpen, modestudenten beeldhouwen en architectuur-studenten mode ontwerpen.(4)
En fotograaf en schrijver Hans Aarsman, die eveneens al jarenlang een grote interesse heeft voor amateurfoto’s, stelt dat de amateur meer ‘waarheid’ zou kunnen laten zien dan bijvoorbeeld officiële nieuwsfoto’s of kunstfoto’s. Op de kunstbeurs Art Amsterdam richtte hij voor het Stedelijk Museum een tentoonstelling in, Off the Record, met fotowerken van zowel kunstenaars als amateurs die in eerste instantie niet geschoten werden als ‘kunst’ of met het doel ze te exposeren.(5) Deze foto’s zouden, omdat ze relatief belangeloos werden gemaakt, kwaliteiten vertonen of aspecten van de werkelijkheid laten zien, die in een professionele foto vaak overschaduwd worden door andere belangen. “De foto’s en video’s op deze tentoonstelling leidden een slapend bestaan tot het moment waarop ze ontdekt werden. Toen bleken ze intuïtief iets te hebben samengevat dat in de wereld leeft. Iets waar geen woorden voor waren en geen beelden. De maker had geen publiek voor ogen.”(6) Een vraag die zich dan onherroepelijk opdringt is wat er met dergelijke foto’s en de perceptie ervan gebeurt, als ze vertoond worden in een hyperprofessionele omgeving alseen kunstbeurs, waar de professionele blik dominant is en een publiek alom aanwezig. Beter of slechter zullen ze van hun tentoonstelling niet worden, maar hun oorspronkelijke status kunnen ze evenmin behouden.(7)
COMMENTSAls voorzitter van de Stichting Dirk en Jaap Oudes wil ik wijzen op tekenaar Jaap Oudes. Was hij amateur? Hij werkte 55 jaar lang onverdroten aan zijn tekeningen. Zijn ouders hadden dat hem in financiële zin ook mogelijk gemaakt.
Hij is bij geen enkele stroming onder te brengen met als resultaat dat de officiële kunstwereld niet weet wat er mee te beginnen. Ook wel een beetje eigen schuld omdat hij niet wilde exposeren. En nu wordt in museum Markiezenhof te Bergen op Zoom toch werk van Jaap Oudes getoond.
Toch, zo blijkt uit bovenstaande, worden er pareltjes ontdekt en blijken zij over een toegevoegde waarde beschikken. Ik ben dan ook blij met bovengenoemde ontwikkeling. Er is dus nog hoop.
Jan OudJan Oud | oct 02 2010 20:38:52