ESSAY ARCHIVE:
DE SCHOORSTEEN MOE(S)T ROKEN Nov 24 '10 BART SORGEDRAGER
FOTO'S VERTELLEN VERHALEN Nov 17 '10 MARTIJN KLEPPE
THE END OF DUALITY Aug 25 '10 ALINE BAGGIO
DE STIEKEME BLIK VAN DE FOTOGRAAF Apr 21 '10 KARIN KRIJGSMAN | LECTORAAT FOTOGRAFIE AKV ST.JOOST
YOU PUSH THE BUTTON, WE DO THE REST Mar 18 '10 FRITS GIERSTBERG
DE WAARDE VAN DE AMATEUR Mar 15 '10 JORINDE SEIJDEL
THU MAR 18 '10 | FRITS GIERSTBERG

YOU PUSH THE BUTTON, WE DO THE REST

discussie / fonds bkvb /

Hieronderstaand de bijdrage van Frits Gierstberg, hoofd tentoonstellingen Nederlands Fotomuseum en bijzonder hoogleraar aan de Erasmusuniversiteit Rotterdam, aan de discussie over de Waarde van de Amateur. Het heeft ook raakvlakken met de discussie over het crossmediaal werken door fotografen (zie laatste alinea).

‘You push the button, we do the rest’: als het amateurisme in de loop van de geschiedenis ergens is gestimuleerd, dan is het wel in de fotografie geweest. Wie kent het motto van de bekende Amerikaanse filmfabrikant immers niet? Het begrip amateur is onlosmakelijk met het medium en de ontwikkeling ervan verbonden. Op verschillende manieren, die ik hierna kort zal uitleggen. Niettemin is er de laatste jaren ook nog wat anders aan de hand. Bij een aantal professionele fotografen begint het hart bij het horen van het woord amateurfotografie sneller te kloppen. Hetzelfde geldt voor een aantal internationale verzamelaars. Maar professionele fotojournalisten krijgen het aan hun hart wanneer het woord amateurfotograaf valt. Waar de een lyrisch wordt, krijgt de ander een waas voor de ogen en schuim op de mond. Wat is er aan de hand?

Tweederangs portretschilders
Maar eerst even terug in de geschiedenis. Zoals ik al zei is amateurisme nauw met de fotografie verbonden. De eerste fotografen waren absolute amateurs, zij rotzooiden maar wat aan. Het medium was in de begindagen meer een kermisattractie dan een kunstvorm. Lieden van uiteenlopend allooi probeerden er wat centen mee te verdienen. Tweederangs portretschilders begonnen van de ene op de andere dag een fotostudio. Anderen reisden met de camera rond van stad naar stad en van dorp naar dorp. Hobbyisten bedachten de meest uiteenlopende en soms ook levensgevaarlijke technieken om foto’s te fixeren of af te drukken.

Professionalisering kwam in de tweede helft van de 19de eeuw wel op gang maar de figuur van de fotograaf die met en uit het niets begint en als ‘autodidact’ aan de slag gaat, is nooit meer verdwenen. Sterker nog: de meest beroemde fotografen zijn als amateur begonnen of blijven werken. Gewoon op een dag een camera oppakken en beginnen. Vele hebben zo hun hobby uitgeoefend naast een reguliere baan – met fotografie viel en valt immers zelden iets te verdienen.

Picturalisten
De andere manier waarop amateurisme en fotografie zijn verbonden kennen we sinds ongeveer 1900, de tijd waarin fotoamateurs opkwamen voor de erkenning van het medium als een volwaardig artistiek medium. Voor deze groep, veelal georganiseerd in verenigingen of andere verbanden, was de schilderkunst het grote voorbeeld – de periode van het modernisme met zijn mediumspecifieke puurheid was nog niet aangebroken. Zij organiseerden tentoonstellingen en debatten, gaven specialistische tijdschriften uit en onderhielden een internationale correspondentie met amateurs elders. De emancipatie van het medium was zonder deze groep amateurs – de zogenaamde picturalisten - nooit van de grond gekomen. Zonder het amateurisme van destijds niet de fotomusea en galeries van vandaag.

Erfgenamen van deze beweging zijn de talloze fotoamateurverenigingen die tot op de dag van vandaag kennen. Als we nu over het amateurisme spreken waar professionele fotografen en verzamelaars zo enthousiast over zijn, dan hebben we het juist niet over deze groep. Want het zijn deze amateurs, al dan niet verenigd in de talloze amateurfotografenclubs die ons land kent - de Amateurs met een hoofdletter - die de vaak de kitscherige esthetiek nastreven van knotwilgen in de mist en lege fabriekshallen. Hun ideaal is de eerste prijs in de Bond Meesterklasse en niet zelden stoppen de winnaars daarvan meteen met hun hobby zodra de prijs binnen is. Maar hier gaat het wel om de groep waar de betreffende industrie grotendeels op drijft, door er in grote aantallen toch heel ‘Fordistische’ digitale spiegelreflexcamera’s aan te verkopen.

U en ik, als ik zo vrij mag zijn, moeten daarentegen worden gerekend tot weer een andere fotoamateurcategorie, die van de huis-tuin-en-keuken fotografie. Denk aan familiefoto’s, vakantiefoto’s, trouwfoto’s, verjaardagsfoto’s en aanverwante genres - vroeger vooral voer voor sociologen (NB Pierre Bourdieu, zelf geen onverdienstelijke amateurfotograaf) maar nu inspiratie voor professionele beeldmakers als Hans Aarsman en Erik Kessels - die zich in het kielzog bewegen van internationale kunstenaars als Hans Peter Feldmann en Joachim Schmid en verzamelaars als Christian Skrein. De naïveteit van de amateur is in deze context het lichtende voorbeeld voor de professional die los wil komen uit het keurslijf van geschreven en ongeschreven regels van de kunst of het vak. Het is de vraag of het woord amateur hier op zijn plaats is, want de huis-tuin-en-keuken fotograaf noemt zich zelf geen ‘amateur’ en is zich zelf vaak ook helemaal niet bewust van een dergelijke status, tenzij iemand er een keer naar vraagt.

LEAVE A COMMENT:

Camphone
Maar, zoals gezegd, waar amateurisme momenteel echt een issue is, is in de fotojournalistiek. Met name sinds de komst van de camphone oftewel het mobieltje met camerafunctie is iedere passant een potentiële nieuwsfotograaf. We hebben allemaal op ieder moment van de dag een fototoestel bij ons. Gebeurt er vlak voor je neus of in je straat iets interessants, maak een foto en stuur hem naar een krant of een nieuwssite. Een echte fotograaf kan nooit zo snel ter plaatse zijn en dus is de foto van de voorbijganger concurrerend als het om het laatste nieuws gaat. We hebben de afgelopen jaren talloze voorbeelden gezien in het internationale nieuws, van 9/11 de recente aardbeving in Chili. Anno 2010 kun je er vanuit gaan dat bij rampen het eerste beeld (foto of video) dat naar buiten komt van een amateur is – en er zijn al amateurpersagentschappen die ervoor zorgen dat de maker er goed aan kan verdienen. Onze aandacht wordt in die gevallen meteen getrokken niet ondanks, maar dankzij de slechte kwaliteit van de beelden: onscherpte, beweging, scheve compositie. De slechte kwaliteit is een teken van onmiddellijkheid, snelheid, authenticiteit.

We zijn alle voldoende ‘mediawijs’, dat wil zeggen we weten dat foto’s en film niet transparant zijn maar visuele abstraheringen en constructies van de werkelijkheid. Maar met de slechte kwaliteit van de amateurbeelden geloven we toch weer even in de transparantie van het medium: dit is echt, direct, live, authentiek. Niet gekleurd door het oog van de professional, die altijd weer zijn eigen visie over de realiteit legt.

Emotietrend
Niet gek dus dat professionals het gevoel krijgen dat hen het brood uit de mond wordt gestoten. Want niet alleen is er een groot aanbod van amateurbeelden in de journalistiek, er lijkt ook een grote vraag naar te zijn. Immers, verslaggeving (en zeker live verslaggeving op televisie waar de trends wat dat betreft worden gezet) gaat het vaak niet meer om de feiten achter de gebeurtenissen, maar de ervaringen van de getuigen ter plekke. ‘Wat ging er door u heen?’ is dan de eerste vraag. Emotietelevisie. De prof laat het verslag aan de amateur ter plekke. Hier is iemand met een authentieke ervaring, en het verslag is uit de eerste hand. Dat brengt de kijker/lezer thuis dichterbij het nieuws, of andersom.

Enerzijds de emotie-trend, de behoefte om de kijker/lezer te betrekken bij het nieuws, het medium, de krant. Anderzijds economische redenen: amateurbeelden zijn goedkoop, vaak voor niets. Dalende advertentie inkomsten en een ander leesgedrag bij jongere generaties brengen dagbladen en weekbladen in het nauw. Er moet bezuinigd worden. Opmerkelijk genoeg geven de meeste redacties van kwaliteitsbladen aan dat beeld zeer belangrijk is voor de kwaliteit van de journalistiek in het blad: professionele fotografen kunnen beter kijken, weten waar ze naar kijken en ze zijn georganiseerd, weten wanneer ze waar moeten zijn en hoe ze ergens moeten binnenkomen. Ze hebben het noodzakelijke netwerk en zijn betrouwbaar. En met professioneel beeld kun je je als blad profileren.

Druk jij maar...
Niettemin worden schrijvende journalisten steeds vaker ingeschakeld om erbij te fotograferen (dat gebeurt met name bij de lokale en regionale media) – dat is goedkoper dan een fotograaf meesturen en met een kleine cursus... iedereen kan immers een foto maken. En als je toch bezig bent, maak dan ook even een kort videofilmpje voor de website. Journalistiek bedrijven wordt multi tasken, of met een moderner woord: cross mediaal werken. De professionele cross mediale fotojournalist wordt noodgedwongen van een gespecialiseerde professional tot een amateur op verschillende mediale deelgebiedjes. Maar dat geeft niets, zegt men dan op de redactie: druk jij maar op het knopje, dan doen wij de rest.
RECENT COMMENTS
essay:
fijn stuk, is er ook een pdf?…Michiel Burger | jun 22 21:11:59
blog:
Dank voor je perfecte prestatie Annelies…Herman van den boom | jan 18 18:37:22
blog:
Dank voor je werk Annelies!…Bas | jan 18 16:55:16
essay:
Do you think photography really was/is suffering...…Taco Hidde Bakker | oct 18 17:34:24
blog:
Definitely take into account the (active) cooperation...…Taco Hidde Bakker | oct 18 15:31:33
news:
Ben benieuwd!…Manolya | oct 09 12:20:23
blog:
Dear Geert, Thank you for your comment. I think...…Marta Zarzycka | sep 28 20:50:35
Share |