Verslag van de juryzitting Dutch Doc Award 2012, maandag 2 april 2012
Locatie: Tropenmuseum Amsterdam
Voorzitter van de jury Lejo Schenk
Leden: Raimond Wouda (nl), Julian Germain (gb), Thomas Seelig (d) en Marjoleine Boonstra (nl)
Begeleiding namens Dutch Doc, Laura Verduijn, Bob Witman (juryrapporteur) en Jikke de Gruijter (stagiair)
IN HET Tropenmuseum zijn op 2 april 2012 38 projecten bijeen gebracht voor de selectie van de Dutch Doc Award 2012. Het zijn boeken, installaties, films, fotoprints, websites en museumpresentaties die op uitnodiging van de stichting Dutch Doc Photo zijn voorgedragen door 17 deskundigen op het gebied van de Nederlandse fotografie. Alle werken zijn in 2011 gepubliceerd of te zien geweest.
De juryberaadslaging bestaat uit drie delen. Het is begonnen met een digitale verkenning door de leden van de jury voorafgaande aan de jurydag. De fysieke jurering op 2 april bestaat uit een ochtendprogramma, waar de beoordelaars alle tentoongespreide en genummerde werken kunnen vasthouden, beoordelen en eventuele vragen over de projecten beantwoord krijgen. Voor de twee buitenlandse juryleden is verduidelijking beschikbaar. Een aantal multimediale werken wordt in gezamenlijkheid bekeken in de loop van de ochtend op een projectiescherm.
Na de lunch volgt deel 2, het gemeenschappelijk beraad.
De jury wordt deze middag voorgezeten door Lejo Schenk. Hij zal de discussie leiden en geen stem uitbrengen. Tenzij de stemmen staken.
De jury laat als eerste weten dat ze vrijwel zonder uitzondering interessante projecten heeft mogen bekijken. De wijze waarop de Nederlandse fotografie wordt beoefend, is zeer divers en de projecten zijn van een gemiddeld hoge kwaliteit. Ook een pluim voor de voorselecteurs die werk hebben aangedragen voor de longlist.
De documentaire verhalen komen in veel niet-lineaire vormen voorbij. Een enkele keer is er bij de individuele leden een lichte prikkeling waarneembaar als men bij een project de vormgeving te bepalend vindt. Er zit een aantal klassieke documentaires bij, zeker een aantal grote reputaties, relatief veel jong talent, maar niet alles beklijft. Soms is een klassiek documentair project van zo veel toelichting en uitleg voorzien, dat het bijna niet mogelijk is de fotografie op zijn merites te beoordelen. ‘Alles is ingevuld’, zegt een jurylid.
In de vorm zoeken veel fotografen de grenzen op. Het boek ontbreekt daarbij bijna nooit, maar er is ook regelmatig een video, website of installatie als presentatievorm gekozen. Er wordt de tijd genomen om die verschillende uitingen door te nemen. Er is aanvankelijk optimisme. Maar naarmate de dag vordert, wordt de jury steeds kritischer als het gaat om de niet-fotografische toevoeging aan de projecten.
Vastgesteld wordt dat lang niet alle projecten er in slagen te overtuigen in de gekozen alternatieve documentaire strategieën – film of multichannel – of dat de aanpak een inhoudelijke versterking oplevert van het project. Stelt de fotograaf zich wel voldoende vragen voor hij gaat filmen? En als hij dan besluit bewegend beeld te gebruiken, welke vorm kiest hij daarvoor? Het gefilmde staat in soms niet in verhouding tot de kwaliteit van de fotografie. In het slechtste geval voegt het een teleurstelling toe. Er is eigenlijk maar een echte uitzondering, dat is het werk van Sarah Carlier.
Bij een aantal projecten is het ontwerp nadrukkelijk aanwezig. Het is duidelijk dat in Nederland een traditie bestaat waarbij de ontwerper in de edit en vorm betrokken is bij de inhoud. Vaak is dat goed, soms lijkt het ten koste van de inhoud te gaan. Een boek als van Bertien van Manen, Let’s sit down before we go, daarentegen is dan weer dermate ‘underdesigned’ dat het ook vraagtekens oproept. Hier is een buitenlandse uitgever aan het werk geweest met een duidelijk andere benadering van de vormgeving.
Van alle werken die uiteindelijk met grote instemming op de eindtafel komen, staat voor de jury vast dat ze sterk communiceren. De selectie komt vrijwel zonder slag of stoot tot stand. Er is niet gelet op reputaties, niet gelet op experiment of groot of klein. Er is gekeken of de projecten betekenisvol en eigenzinnig zijn, of, om met een jurylid te spreken, ze je raken en ze je een verhaal vertellen waarvan de afloop graag wilt horen.
De voorzitter stelt vast dat de jury is toegerust met een sterke complementariteit, die leidt tot een bevredigende en complete weging van de voorgedragen werken. Bovendien slagen de vier leden er in elkaar moeiteloos te vinden in een gedeeld begrippenkader, wat maakt dat de lastige oefening – het vergelijken van vaak onvergelijkbare projecten – op een zorgvuldige wijze naar de eindstreep wordt gebracht.
De zes genomineerden
1 Milou Abel (1990)
Ik ben jou is van meet af aan een prettige verrassing voor de jury. Een relatief onbekend project, hoewel sommigen de dummy van Abel hebben gezien in Kassel, waar haar boekproject is bekroond. Op twee manieren prijst de jury de volhardendheid van deze jonge fotografe. De wijze waarop zij in de huid van haar onderwerp is gekropen, zegt veel over hoe gepassioneerd ze het fotograferen beoefent.
Ook de wijze waarop ze haar boek heeft vorm gegeven, maakt duidelijk dat ze geen genoegen neemt met compromissen. Liever geen boek dat een boek dat niet precies is wat ze wilde.
Deze volhardendheid loont. De fysieke kwaliteit van het boekje is een overduidelijke bijdrage aan de edit en aan de fotografie. Ze slaagt er in door de combinatie van inhoud en tactiliteit de toeschouwer mee te nemen in haar fascinatie voor de vrouw. De wijze waarop ze de dummy heeft ontworpen, waarop zij bestaande en nieuwe fotografie integreert, leidt er toe dat je Milou Abels onderwerp letterlijk laag voor laag kunt afpellen.
2 Bertien van Manen (1942)
Deze fotografe staat al jaren op grote hoogte in de documentaire fotografie. De integriteit waarmee haar ontmoetingen fotografeert, is bijna voelbaar in Let’s sit down before we go, dat zeer spaarzaam is vormgegeven. Het underdesign is hier bijna tot norm verheven. Dat het boek ook in formaat bescheiden is, maakt het des te knapper dat Van Manens werk zo ijzersterk overeind blijft. De afzonderlijke foto’s zijn eigenlijk geen verrassing voor de jury, omdat het boek een selectie is van eerdere projecten. Maar juist door die keuze, blijft sterk dat Van Manens werk niet wordt beperkt door tijd, locatie of vorm. Daardoor is dit boek meer dan de viering van een oeuvre, meer dan een project. Alle individuele foto’s lezen als kleine filmpjes. Het is onbetwist een briljante fotografe.
3 Carel van Hees (1954)
Eversteijn bokser en herenkapper 1949-1983 staat binnen de selectie van 38 werken op grote hoogte. Het is een verhaal dat je in één keer raakt, maar tegelijk blijft in het hele boek de spanning bewaard. Het is intelligent verteld en gemonteerd met een uitstekende edit waarin de maker zowel found-footage als eigen materiaal in een uitstekende balans heeft weten te verwerken. Het is een verhaal over een moeilijk grijpbare vriendschap met een zeer exceptionele man, zowel het respect als de ongemakkelijkheid in de relatie is voelbaar. Het enige dat bij de jury iets minder overtuigend overkomt, is de mede voor de prijs genomineerde tentoonstelling in Museum Boijmans van Beuningen. Voor de rest leest het boek als een roman. Een fotoboek zoals je een fotoboek wilt maken. Het project wekt in zijn geheel bij een brede groep mensen grote sympathie en dat is een grote verdienste.
4 Anouk Kruithof (1981)
Het project Lang zal ze leven prikkelt enorm. Zeker als je het voor het eerst in handen krijgt. Eén jurylid heeft moeite met de nominatie. Het is een van de werken die de meeste discussie oproept. Veel meer dan in andere projecten lijkt de maker zich als fotograaf hier weg te cijferen. Kruithof schrikt er niet voor terug de ontroering aan te raken. Hier is het niet alleen de fotografische weerslag zozeer, als het proces dat de kijker aangrijpt. Het is zo integer gedaan. Lang zal ze leven is inspirerend voor andere fotografen, in de zin dat het voorbeeldig is op welke wijze Kruithof haar eigen benadering kiest en de manier waarop ze vervolgens het avontuur aangaat met haar onderwerp. Kruithof is een fotografe die veel in haar mars heeft en niet schroomt haar mogelijkheden te verkennen, zonder uit te zijn op snelle successen.
5 Sarah Carlier (1981)
Voor een aantal juryleden was Four years, three deaths, sweaty armpits and a fetus een eerste kennismaking met Sarah Carlier. Dit is een klassiek documentair onderzoek, op een niet-klassieke manier uitgewerkt. De zwaarte van het onderwerp – het harde dagelijkse leven op het platteland van voormalig oost-Europa - wordt niet gemeden. Tegelijk overheerst hier de kijkrichting van de fotografe die je aan de hand neemt en die nimmer haar subjectiviteit probeert te verhullen. Soms dwingt haar manier van kijken om focus te kiezen, soms om afstand te nemen. Vaak is er ook een zweem van humor, maar er is altijd mededogen. Het fotografietalent is evident, maar Carlier slaagt er als een van de weinige fotografen bovendien in om de kwaliteit van haar werk op te voeren met bewegend beeld. Het versterkt haar rol als regisseur, te midden van mensen die denken te weten dat ze worden vastgelegd, maar zich niet bewust zijn van de dubbele laag die Carlier over haar foto’s legt en daarmee onze sympathie voor deze mensen alleen maar groter maakt.
6 Paulien Oltheten (1982)
De jury heeft zich op geen enkel moment laten verleiden tot lichtvaardigheid bij het beoordelen van deze fotografe en het project Photos from Japan and my archive. Een argeloze kijker zou in de war kunnen raken door de terloopsheid van het project. Het is een vorm van visuele mensenkunde, die in feite klassiek documentair is. Maar haar selectie en het feit dat zij – net als Carlier – vrij schaamteloos ingrijpt in de werkelijkheid als regisseur, is veelzeggend voor het soort fotografe, of liever gezegd de kunstenares, die Oltheten is. Dit is geen verhaal over een gebeurtenis of over een persoon. Dit is een vertelling over kijken. Over het meedogenloos precieze kijken door Paulien Oltheten. Je raakt verslaafd aan haar details, haar verbanden, haar ontroering over een houding. Paulien Oltheten is een intelligent verteller en geboren observator.
Het kiezen van de zes genomineerden geschiedt in grootte eenstemmigheid. Nu de jury haar selectie voor zich ziet, valt voor het eerst op dat er relatief veel vrouwelijke kandidaten zijn genomineerd op de eindtafel. Het laatste stukje, het kiezen van de beste van deze zes, vergt nogal wat aandacht en debat. Er zijn meerdere mensen die de prijs zouden kunnen winnen. Kies je als jury voor een meesterlijk verteld verhaal, of voor een geweldig kijkende fotografe? Kies je voor integriteit, voor humor, voor ontroering of voor vakmanschap?
Er is uiteindelijk één project dat door alle stemmingen heen van de jury een groot professioneel en talent tentoonspreidt. Waar zo veel in is te zien, dat zelfs fotografen met geoefend oog nieuwe dingen leren en zich laten verrassen. Waarin het observeren en zelfs soms regisseren zonder enige terughoudendheid wordt gevierd. Dit is een werk dat in zijn diepste wezen gaat over het auteurschap in de fotografie.
De jury kiest Paulien Oltheten met Photos of Japan and my archive tot winnaar van de Dutch Doc Award 2012.